Naast de actuele discussie in het kader van het AOW-dossier over het containerbegrip ‘zware beroepen’, over de definitie waarvan menig promovendus/promovenda zich haast zijn/haar dissertatie af te ronden, wordt regelmatig door de rechter geoordeeld over het begrip ‘beroepsziekte’.
Kortgeleden boog de Centrale Raad van Beroep (CRvB) zich over de vraag of de ziekte van Lyme die een politieambtenaar als gevolg van een tekenbeet had opgelopen als beroepsziekte kan worden aangemerkt. Het belang van de medewerker ligt in het feit dat, als sprake is van een beroepsziekte het bevoegd gezag, de werkgever, niet gemachtigd is het loon, dat de medewerker tijdens zijn ziekte ontvangt, met 20% te korten.
In de optiek van Swiebertje is sprake van een veldwachter. Het gaat voor juristen om een politieambtenaar die sinds 1976 bij de politie werkte. In de periode van 1980 tot 1994 werkte hij als wachtmeester eerste klas bij de groep Veldpolitie van het district Zeeland van het toenmalige korps Rijkspolitie. In 1994 ging hij werken als basispolitiefunctionaris waarbij hij nog sporadisch in de natuur werkzaam hoefde te zijn. Het werk voor de Veldpolitie heeft echter onmiskenbaar zijn sporen achtergelaten.
Van 1980 tot 1994 was de medewerker vooral belast met handhaving van de Jachtwet. Het doel was het tegengaan van wildstroperij en het opsporen van wildstropers. Ook ging het om handhaving van de Vogelwet, de Visserijwet en de Natuurbeschermingswet. Om zijn werkzaamheden naar behoren te kunnen uitvoeren was betrokkene genoodzaakt zich, ook ‘s nachts, buiten de gebaande paden en wegen te begeven.
Hij werkte dwars door bos, veld en duin. Op plaatsen waar bijvoorbeeld door stropers strikken waren aangebracht, moest hij langdurig posten in afwachting van de komst van die stropers. Hij stelde zich dan verdekt op zoals bv. liggend onder het struikgewas, aan de voet van een boom of in het helmgras. Dit kon volgens betrokkene vele uren aaneen in beslag nemen.
Verder behoorde het tot zijn taken om aangereden en aldus soms aangevreten reeën en damherten te verwijderen en in de dienstauto mee te nemen. Het ging om tientallen reeën of damherten per jaar. Vervoer van het wild vond plaats met de dienstvoertuigen van de Veldpolitie, die ook waren ingericht voor het vervoer van de surveillancehond. De ruimte voor de hond, waar dan het wild in werd neergelegd, was slechts door een open rooster gescheiden van de ruimte voor de inzittenden. Bekend is dat dit wild als voedselbron zeer in trek is bij teken en deze daarop in aanzienlijke aantallen aanwezig plegen te zijn. Kortom, de dienstauto was een ideale plek voor een teek om toe te slaan op een menselijk lichaam.
De eerste signalen dat de medewerker door een tekenbeet de ziekte van Lyme heeft opgelopen, kwamen in 1985 naar boven. De behandelend neuroloog documenteerde dat uitgebreid. Het ging om pijn, roodheid en zwelling bij het linkeroor. Het nadien optredende ziektebeloop is langdurig en complex geweest. Er was sprake van aanvankelijke onderbehandeling en de klachten konden pas in 2005 met zekerheid als ziekte van Lyme worden geduid en bevestigd door de behandelaar.
Op basis van de medische informatie achtte de werkgever in eerste instantie aannemelijk dat de klachten waren terug te voeren op de door de medewerker opgelopen ziekte van Lyme. De werkgever bestreed echter dat de tekenbeet, die de ziekte van Lyme heeft veroorzaakt, was opgelopen bij zijn werkzaamheden. Want de tekenbeet kon ook in de vrije tijd van werknemer opgelopen zijn, stelde werkgever. Werknemer bivakkeerde vaker in de natuur tijdens het uitoefenen van hobby's als fotografie en schilderen.
De rechtbank vond dat er sprake is van een beroepsziekte en dat de door werkgever in 2005 doorgevoerde korting van 20% op het loon onterecht was. De rechtbank was ervan overtuigd dat de ziekte was opgelopen tijdens het intensieve werk in bos, veld en duin en niet in de eigen vrije tijd van de agent. De politie ging in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep, de hoogste rechter in ambtenarenzaken.
Frappant is dat de werkgever in hoger beroep opeens stelde dat de agent niet aan de ziekte van Lyme lijdt. Er zou sprake zijn van onvoldoende objectieve medische informatie. Werkgever had een eigen neuroloog ingeschakeld die dat stelde. Dat argument werd door de Raad van tafel geveegd. De totale medische gegevens waren voor de Raad voldoende om het oordeel van de neuroloog van de werkgever niet te volgen. Voor de Raad is aannemelijk dat de ziekte van Lyme waaraan de medewerker lijdt, is ontstaan door een beet van een teek waarmee hij tijdens zijn werkzaamheden bij de politie is aanraking is gekomen. Er is sprake van een ziekte die in overwegende mate haar oorzaak vindt in de aard van de aan de ambtenaar opgedragen werkzaamheden of de bijzondere omstandigheden waaronder deze moesten worden verricht.
Ook was er nog aandacht voor de vraag of er geen beschermende kleding ter beschikking was gesteld en of de werknemer de beet niet had kunnen voorkomen door optimaal gebruik te maken van die kleding. Er is gekeken naar het arbo-beleid van de werkgever. Daaruit bleek dat pas in 1994 regionaal een start was gemaakt met arbeidsomstandighedenbeleid en in 1995 een begin was gemaakt met het inventariseren van arbeidsrisico's. Aannemelijk is dan ook voor de Raad dat in de periode van 1980 tot 1994 aan de werknemer geen speciale beschermende kleding is verstrekt. Nu verder ook geen eigen schuld of onvoorzichtigheid aan de zijde van de medewerker was aangevoerd, volgde de Raad de rechtbank in het oordeel dat betrokkene lijdt aan een beroepsziekte. De korting op het loon van 20% werd daarmee vernietigd.
De uitspraak wordt door de Nederlandse Vereniging van Lymepatiënten van grote betekenis geacht voor alle politiemensen en alle werknemers in de groene- en andere buitenberoepen die het risico lopen tijdens hun werk een besmetting door een tekenbeet op te lopen. Ook is de uitspraak een teken aan de wand voor werkgevers om op dit punt actief arbo-beleid te voeren bijvoorbeeld op het gebied van beschermende kleding. Preventie is hier beter dan dat werknemers jarenlang moeten procederen om hun recht te halen.
Ewald van Sark
|